Het venster Perspectieven (Pro)

OmniFocus Pro voegt het venster Perspectieven toe aan OmniFocus. In dit venster kunt u kiezen welke perspectieven worden weergegeven als tabbladen in de zijbalk (en hun volgorde bepalen). U kunt ook aangepaste perspectieven maken met weergaven van de OmniFocus-gegevens waarnaar u voortdurend wilt terugkeren.

Kies Toon perspectieven (Control-Command-P) in het menu Perspectieven om het venster Perspectieven te openen.

Het venster Perspectieven in OmniFocus Pro met het ingebouwde perspectief Postvak In geselecteerd.

De lijst Perspectieven

Links in het venster Perspectieven ziet u een lijst van bestaande OmniFocus-perspectieven, inclusief de ingebouwde, waar u de perspectieven kunt kiezen die u wilt weergeven als tabbladen in de zijbalk en kunt u ze slepen en neerzetten om ze in de volgorde van uw voorkeur te schikken.

De lijst Perspectieven aan de linkerzijde van het venster Perspectieven in OmniFocus 3.

Om een perspectief in te stellen als een tabblad in de zijbalk, klikt u op de ster De knop met de ster die wordt gebruikt om een perspectief te verplaatsen naar de lijst van tabbladen in de zijbalk. naast de naam van het perspectief.

De lijst Perspectieven doet ook dienst voor het navigeren tussen de perspectieven in het hoofdvenster van OmniFocus. Dubbelklik op een perspectief in de lijst om het te openen. Als u dit nuttig vindt, kunt u in de onderste balk klikken op Vouw samen de knop Vouw samen in de onderste balk van het venster Perspectieven om de Editor te verbergen als u alleen de lijst nodig hebt.

De Perspectiefeditor

De Perspectiefeditor verschijnt rechts in het venster Perspectieven en bevat de bedieningselementen die u kunt gebruiken voor het bewerken van bestaande perspectieven en het maken van nieuwe.

De Perspectiefeditor met het ingebouwde perspectief Postvak In geselecteerd.

De bedieningselementen in de Perspectiefeditor zijn meestal identiek aan deze elementen die zijn gevonden in de weergaveopties voor het geselecteerde perspectief, met enkele extra functies die in de onderstaande secties zijn beschreven.

De Perspectiefeditor met een nieuw gemaakt aangepast perspectief.

Om een nieuw aangepast perspectief toe te voegen, kiest u Perspectieven > Voeg perspectief toe... of klikt u op Voeg perspectief toe De plusknop onderaan in het venster Perspectieven, gebruikt voor het toevoegen van een nieuw aangepast perspectief. in de onderste balk van het venster Perspectieven.

Naam en pictogram

Wanneer u een aangepast perspectief bewerkt, klikt u op het naamveld om een nieuwe naam in te voeren of om een bestaande te wijzigen (de standaard is Naamloos perspectief).

Een naam en een pictogram kiezen voor een aangepast perspectief in de Perspectiefeditor.

Klik op de pijl omlaag in de hoek van het pictogram om de pictogramkiezer te openen. Hier kunt u kiezen uit een set door Omni ontworpen pictogrammen die bij OmniFocus zijn geleverd. U kunt ook op Kies bestand... klikken om een afbeelding die op een andere plaats op uw Mac is opgeslagen, toe te voegen.

Klik op een kleur aan de linkerzijde van de pictogramkiezer om een aangepaste kleur te kiezen voor uw perspectief en zijn iconografie in de hele app.

Sneltoetsrecorder

Onder het naamveld is een plaats waar u een sneltoets kunt toewijzen aan het geselecteerde perspectief.

Klik op de knop om een sneltoets op te nemen voor het aangepaste perspectief.

Om een sneltoets op te nemen, klikt u op de knop en drukt u vervolgens op de toetsen voor de sneltoets die u wilt gebruiken. De tekens verschijnen in het veld terwijl u ze typt en worden opgeslagen wanneer u een geldige combinatie hebt ingevoerd.

Voer de sneltoets in en deze wordt opgeslagen wanneer u een geldige toetscombinatie invoert.

Druk op esc om de opname te annuleren of klik op Herstel de knop voor het herstellen van de sneltoets, rechts van de sneltoetsrecorder om de vorige sneltoets te herstellen.

U kunt elke sneltoets kiezen, zolang deze nog niet in gebruik is en een combinatie bevat van:

en elke andere toets. Er kan ook een ongebruikte functietoets (zoals F13) worden gebruikt.

Upgrade of downgrade perspectief

Aangepaste perspectieven die u maakt, evenals namen, pictogrammen en kleuren die eraan zijn toegewezen, worden gesynchroniseerd tussen al uw apparaten die synchroniseren met uw OmniFocus-database.

Andere versies van OmniFocus ondersteunen niet alle functies van perspectieven die zijn gemaakt met OmniFocus 3. (Deze perspectieven zullen nog steeds synchroniseren op voorwaarde dat de databaseversie compatibel is, maar ze zullen verborgen zijn.)

Om een perspectief dat met OmniFocus 3 werd gemaakt, zichtbaar te maken in vroegere versies van OmniFocus, kiest u Downgrade perspectief. Als u kiest voor het downgraden van een perspectief, kunnen sommige geavanceerde filterregels of andere functies van het perspectief worden verwijderd.

Als u een perspectief dat werd gemaakt met een oudere versie van OmniFocus synchroniseert met OmniFocus 3, kunt u ook kiezen om het perspectief bij te werken om voordeel te halen uit de functies die in dit hoofdstuk zijn beschreven. Bestaande perspectiefregels en presentatie-instellingen worden geconverteerd naar het nieuwere perspectiefformaat.

Perspectieven die zijn gemaakt in OmniFocus 3 voor Mac gebruiken de editor die in dit hoofdstuk is beschreven. U kunt perspectieven die in OmniFocus 2 zijn gemaakt, nog steeds synchroniseren en gebruiken. Hiermee wordt de oude versie van de editor geopend als u ervoor kiest om ze niet bij te werken.

Filterregels

Deze sectie van de editor bepaalt welke items het perspectief bevat. Items zijn opgenomen door het instellen van filters met de parameters voor specifieke onderdeelkenmerken. Als een onderdeel overeenkomt met de filterregels, is dit inbegrepen in het perspectief. Als een onderdeel niet overeenkomt met de regels, verschijnt het niet.

De sectie Filterregels van de Perspectiefeditor, met de standaard startregels.

Filterregels worden ingesteld in de hiërarchie met een bewerking Alles, Elke or Geen van de volgende zijn waar bovenaan in de boomstructuur. Dit geeft aan dat alle regels, elke regel of geen enkele regel erin van toepassing moet zijn op onderdelen om ze op te nemen in het perspectief. (Dit vormt de hoofdmap van de hiërarchie en kan daarom niet worden verwijderd.)

Een nieuw aangepast perspectief bevat standaard één beschikbaarheid: Resterend als voorbeeld. Omdat deze onder Al het volgende is waar is genest, betekent deze regel dat het perspectief alleen onderdelen zal tonen met de beschikbaarheidsstatus Resterend (voltooide of afgelaste onderdelen verschijnen niet).

Als u de standaardregel in uw perspectief niet wilt wijzigen, moet u het wijzigen naar iets anders, het selectievakje links uitschakelen of een andere regel toevoegen en op Verwijder regel De knop Verwijder regel rechts van een regelrij in de sectie Filterregels van de Perspectiefeditor. klikken om de eerste te verwijderen. (Alle aangepaste perspectieven moeten minstens één regel bevatten, zodat u de standaardregel niet zomaar kunt verwijderen.)

Klik op Voeg regel toe De knop Voeg regel toe rechts van een regelrij in de sectie Filterregels van de Perspectiefeditor. om een nieuwe regel toe te voegen die van toepassing is op onderdelen in het perspectief.

Wanneer u een filterregel toevoegt, wordt dit toegepast op basis van zijn positie in de hiërarchie. Alle regels die zijn toegevoegd onder de hoofdmap gebruiken de logica ervan: Alle, Elke of Geen ervan moeten toepasselijk zijn voor onderdelen die voldoen aan deze criteria om te verschijnen in het perspectief.

Om een extra hiërarchie in de lijst te maken, drukt u op option en klikt u op Voeg regelgroep toe De knop Voeg regelgroep toe rechts van een regelrij in de sectie Filterregels van de Perspectiefeditor, wordt weergegeven wanneer op option drukt. (als u option ingedrukt houdt, wordt Voeg regel toe vervangen).

Net als bij de hoofdmapbewerking, kunt u de voorwaarde kiezen die van toepassing is op de regels in de groep:

Als uw filterregels verschillende hiërarchieniveaus hebben,kunt u een regel naar en andere plaats in de structuur slepen om het effect ervan op de zichtbaarheid van het onderdeel in het perspectief, te wijzigen.

Presentatie

Deze sectie van de editor definieert hoe onderdelen in het perspectief worden weergegeven in de opbouw. U kunt kiezen uit twee hoofdmodi met de instelling Groepeer en sorteer: om onderdelen weer te geven als een lijst van Individuele acties of als onderdelen die hiërarchisch zijn gegroepeerd binnen Volledige projecten.

Als de filterregels van uw perspectief onderdelen uitsluiten van een type dat zou worden gegroepeerd of gesorteerd volgens een van de hieronder weergegeven criteria, is het mogelijk een optie te kiezen die geen zinvolle structuur biedt (zoals kiezen om te groeperen op Voltooid wanneer het perspectief is ingesteld om alleen onderdelen die Resterend zijn, weer te geven).

Groeperen en sorteren op individuele acties

Indien weergegeven als individuele acties, bevat de opbouw een standaardlijst van alle onderdelen die voldoen aan de criteria voor de filterregels en bevat de zijbalk de lijst van de tags. Verdere verfijning van groeperen en sorteren binnen het perspectief biedt extra opties en de optie Toon projectpaden kan worden in- of uitgeschakeld om de projectrij boven elk onderdeel weer te geven of te verbergen.

Indien gegroepeerd op individuele acties, kunnen de acties daarnaast worden gegroepeerd op:

Indien gegroepeerd op individuele acties, kunnen de acties daarnaast worden gesorteerd op:

Groeperen en sorteren op volledige projecten

Indien weergegeven als volledige projecten, bevat de opbouw een lijst van projecten met onderdelen die voldoen aan de filterregels die hiërarchisch zijn georganiseerd erbinnen en de zijbalk bevat de lijst met projecten. Verdere verfijning van het groeperen en sorteren van aanbiedingen biedt extra opties. De optie Toon projectpaden is niet beschikbaar voor deze instelling omdat acties al worden weergegeven binnen hun overeenkomende projecten.

Onderdelen zonder een project dat anders voldoet aan de filterregels, worden gegroepeerd in een sectie Postvak In bovenaan in de opbouw.

Indien gegroepeerd op volledig project, kunnen de projecten binnen het perspectief ook gegroepeerd op:

Indien gegroepeerd op volledig project, kunnen de projecten binnen het perspectief ook gesorteerd op:

Open in een nieuwe weergave

Schakel dit selectievakje in om het perspectief te openen in een nieuwe weergave wanneer u ernaar navigeert met de lijst Perspectieven of het menu Perspectieven. Indien dit is geselecteerd, opent het perspectief in een nieuwe venster of op een nieuw tabblad, afhankelijk van de systeemvoorkeuren van uw macOS.

Om een perspectief standaard open te hebben in een nieuwe tabblad dan in een nieuw venster, opent u het paneel Dock in de Systeemvoorkeuren van macOS en wijzigt u de instelling Open documenten in tabbladen: naar Altijd.

Lay-out

Kies een lay-out voor het perspectief. De aanpassingsinstellingen hier zijn identiek aan de instellingen die beschikbaar zijn voor ingebouwde perspectieven met OmniFocus Pro. Dit betekent dat u de vrijheid hebt om de standaardinstellingen die zijn opgegeven in Lay-outvoorkeuren kunt overschrijven als u dat wenst.

Balk onderaan

De balk onderaan in het venster Perspectieven bevat bedieningselementen voor het toevoegen en verwijderen van perspectieven en voor het weergeven of verbergen van delen van het venster om het te optimaliseren voor verschillende toepassingen.

Voeg perspectief toe de plusknop in de onderste balk van het venster Perspectieven.

Maakt een nieuw aangepast perspectief dat klaar is om te worden aangepast met de gereedschappen die in dit hoofdstuk zijn beschreven.

Menu Gereedschap de gereedschapsknop in de onderste balk van het venster Perspectieven.

Bevat bedieningselementen voor het openen, dupliceren of verwijderen van het geselecteerde perspectief. Het verwijderen van een perspectief verwijdert het ook van andere gesynchroniseerde OmniFocus-apparaten. Omdat een perspectief gewoon een weergave van uw gegevens is, heeft het verwijderen van een perspectief geen enkele invloed op de taken in uw OmniFocus-database.

Vouw editor samen/uit de knop Vouw samen in de onderste balk van het venster Perspectieven.

Verbergt of toont het Editorgedeelte van het venster Perspectieven. Als u het venster vooral gebruikt om te navigeren tussen perspectieven, kan het nuttig zijn om de editor het grootste deel van de tijd verborgen te houden.